€ 80.000 voor onderzoek Radboudumc

17-03-2018

Op woensdag 14 maart heeft een afvaardiging van Bergh in het Zadel een cheque van tachtigduizend euro overhandigd aan het team van Prof. Dr. Hans de Wilt, dat een studie gaat doen naar tumor-DNA in bloed, afkomstig van patiënten met een endeldarm- of slokdarmtumor, die chemotherapie en bestraling ondergaan. 

Inmiddels is Lisa Hofste, de jongste onderzoeker van het team, begonnen met het verzamelen van materiaal van slokdarm- en rectumtumoren. Uit bloedsamples daarvan wordt vervolgens het DNA bepaald. Hans de Wilt: “Ons doel is om aan de hand van analyse van het bloed van de patiënt vroegtijdig te kunnen bepalen of en in welke mate er nog ziekte aanwezig is. Hiermee zouden we mogelijk sneller te weten kunnen komen welke patiënten meer of minder kans hebben om lang te overleven.”

Wim en Gerard Hendriksen van Bergh in het Zadel overhandigden afgelopen woensdag de cheque aan Hans de Wilt. Daarbij waren naast Lisa Hofste ook andere leden van het onderzoeksteam aanwezig, zoals Marjolijn Ligtenberg en Bastiaan Klarenbeek.

Vliegende start
Hans de Wilt was erg blij met de cheque van Bergh in het Zadel: “Zonder dit soort giften is het niet mogelijk een dergelijk onderzoek op te starten. Dankzij deze cheque hebben we een vliegende start kunnen maken. Ik heb hoge verwachtingen van onze studie.”

De behandeling van patiënten met endeldarm- of slokdarmkanker bestaat uit een voorbehandeling van chemo en bestraling, gevolgd door een operatie. Soms is die voorbehandeling zo effectief, dat de rest van de behandeling niet meer nodig is. Maar wanneer besluit je zoiets? Prof. dr. Hans de Wilt van het Radboudumc in Nijmegen startte, dankzij een bijdrage van Bergh in het Zadel, hiervoor een onderzoek. Zijn innovatieve studie naar de aanwezigheid van tumor-DNA in het bloed geeft antwoorden.

Professor De Wilt: “Sommige patiënten met een slokdarmtumor of uitgebreide endeldarmkanker reageren zo goed op de voorbehandeling met chemotherapie en bestraling dat er geen tumorweefsel meer wordt aangetroffen. Dit is bij ongeveer 15-25% van de patiënten het geval. Deze patiënten hebben na de bestraling en chemotherapie een veel betere kans op overleving dan patiënten waarbij nog wel ziek weefsel aanwezig blijkt te zijn.”

Afwachtend beleid
Tegenwoordig worden niet meer alle patiënten, waar na voorbehandeling geen tumorweefsel meer wordt aangetroffen, behandeld met een operatie. Er kan ook een afwachtend beleid ingezet worden door de behandeld arts, waarbij patiënten regelmatig worden gecontroleerd met scans en inwendige onderzoeken.

“Een alternatieve manier van controle na voorbehandeling met chemotherapie en bestraling is het afnemen van bloedtesten,” zegt De Wilt. “In het bloed van kankerpatiënten treffen we minuscule restanten van tumorcellen, tumor-DNA, aan.

Analyseren
Door het bloed van de patiënt te analyseren, kunnen we vroegtijdig bepalen of, en in welke mate, de ziekte nog aanwezig is. Hiermee zouden we mogelijk sneller te weten kunnen komen welke patiënten meer of minder kans hebben om lang te overleven.”

Bovendien zou de behandeling, door in een vroegtijdig stadium het bloed te testen op tumor-DNA, geoptimaliseerd kunnen worden. “Door op verschillende tijdstippen voor, tijdens en na de behandeling bloed af te nemen, kunnen we het tumor-DNA bij elke patiënt beoordelen en zo meer te weten komen over de reactie op chemotherapie en bestraling. Dat geeft weer een voorspellende waarde, zodat je hiermee de behandeling op een patiënt kunt afstemmen. Daarnaast stelt het de arts mogelijk in de toekomst in staat om beter te bepalen of de voorbehandeling wel of niet geschikt is voor patiënten,” aldus professor De Wilt.

Foto v.l.n.r. Dr. Marjolijn Ligtenberg , Wim Hendriksen en Gerard Hendriksen, Lisa Hofste BSc, Dr. Bastiaan Klarenbeek en Prof. Dr. Hans de Wilt. (foto András Schuh fotografie)