Ankie Kramer in het Zadel

Mijn naam is Ankie Kramer en ik ben (nog) 66 jaar oud. Door een val van een paard ben ik met het fietsen in aanraking gekomen en dat bleek toen: blijvend letsel, ‘t fietsvirus. Het gebeurde allemaal in 1996. Ik liep hersenletsel op en moest een tijdlang revalideren. Daarvoor moest ik regelmatig naar Klimmendaal in Arnhem. Omdat ik niet meer kon paardrijden, kwam ik met het fenomeen fietsen in aanraking. Toen heb ik de geest gekregen en begon ik fietsen steeds leuker te vinden. Samen met mijn man John hebben we onder andere het Rondje NL gedaan. Bagage en een tentje achter op de fiets en dat Nederland door. Vervolgens ben ik lid van de Grenslandrijders geworden.

John ging mee fietsen met Bergh in het Zadel, maar kreeg in 1993 zelf kanker, herstelde daarvan en sloeg maar één rit van Bergh in het Zadel over. In 1998 kreeg ik zelf een racefiets. Toen er voor de rit vanaf Lillehammer in Noorwegen te weinig mensen waren, besloot ik extra hard te gaan trainen en die rit mee te gaan fietsen. We waren met twee vrouwen tussen al die mannen, maar het was geweldig.

Na die rit werd ik gevraagd voor het bestuur. Eerst deed ik alleen de werkzaamheden voor de toenmalige secretaris, Karel Werkhoven, die in Rijnsburg woonde. Toen die overleed werd ik secretaris en werd onze woning op het voormalige terrein van Burgers Dierenpark het crisiscentrum van Bergh in het Zadel. Inmiddels zijn wij én het crisiscentrum verhuisd naar de binnenstad van ’s-Heerenberg.

In 2002 fietsten John en ik ter controle de route van Grenoble naar ’s-Heerenberg en heb ik een jaar later de tocht ook meegefietst. Ik had er onderweg soms de grootste moeite mee. Een jaar later werd bij mij darmkanker geconstateerd en waarschijnlijk had ik dat destijds al onder de leden en kwamen daar toen ook de moeilijkheden vandaan. Toen ik na een intensieve behandeling genezen werd verklaard, ben ik me alleen bezig gaan houden met de organisatie.

En dan is nu zo langzamerhand het moment gekomen om na de Klaver4tocht een stapje terug te doen. Tijdens de volgende rit over vier jaar ben ik 71 jaar oud. Dus moeten jongeren het stokje maar overnemen. Na mei trek ik me terug als secretaris en als bestuurslid. Dan heb ik geen officiële taak meer, al blijf ik ook dan – bij leven en gezondheid – bereid om hand en spandiensten te verlenen voor ons Bergh in het Zadel.